Wij maken gebruik van cookies. Dit doen we om onze site persoonlijk en gebruiksvriendelijker te maken. Als u verder gaat, dan accepteert u onze cookies. Bekijk hier onze - Privacyverklaring - Verberg dit bericht

Zelf roken

Barbecook rookovens

Zelf voedsel roken met een rookoven

Roken van voeding is een lang gebruikte methode om voedsel langer te bewaren. Vlees, vis, schaaldieren en zelfs kazen kunnen gerookt worden. Hoe vetter de soorten, hoe beter het resultaat. Ze worden anders van smaak en bewaren langer. In principe kan alles wat we op de barbecue leggen, ook in de Barbecook rookoven gerookt worden.

We kunnen koud of warm roken. Koud roken duurt langer en het voedsel blijft rauw. Bij warm roken wordt het voedsel ook gegaard en is de rooktijd aanzienlijk korter.

Hoe werkt een rookoven?

Een rookoven werkt eigenlijk heel simpel. Het is in essentie een simpel apparaat dat door verbranding van houtsnippers een rooksmaak aan het eten meegeeft. De rookovens van tegenwoordig hebben een ruimte waar onder een lage temperatuur houtsnippers verbrand worden. Door het gebrek aan zuurstof in een rookoven vatten de houtsnippers geen vlam maar geven ze rook af. Door een kanaal wordt de rook langs het vlees of de vis gevoerd waardoor deze de heerlijk aroma verkrijgen.

Barbecook rookoven

De verschillende houtsoorten

Zorg dat het gebruikte zaagsel (rookchips of houtsnippers) zuiver is en vrij van lijm of andere toevoegsels. Beuk wordt veel gebruikt. Eik en fruitboomsoorten kunnen ook en geven een typische smaak aan de gerechten. Vermijd dennenhout vanwege de aanwezige harsen. Bij Vuurkorfwinkel.nl zijn kant-en-klare mengelingen van rookchips te koop.

De werkwijze

Op de aangemaakte houtskool wordt een laagje lichtjes vochtige rookchips gestrooid. Ze gaan onmiddellijk roken. De rookoven, met het te roken voedsel, sluiten en de gewenste temperatuur regelen door de klepjes aan de zij- en bovenkant van het deksel te openen of te sluiten.

Koud roken (max. 30° C)

Leg onderin de rookoven wat houtskool in één van de twee schalen. Maak de houtskool aan zoals men een barbecue aanmaakt. Gebruik echter veel minder houtkool, een paar kooltjes volstaan want het vuur mag buiten de rook eigenlijk geen warmte produceren. Als ze witgloeiend zijn, toedekken met een laagje lichtjes vochtig gemaakte houtsnippers. In de meeste gevallen wordt het stuk vlees of vis vooraf enige tijd gepekeld. Dit zorgt niet alleen voor extra smaak, de pekel trekt ook vocht uit het voedsel, wat de bewaring ten goede komt.

 

Zelf voedsel roken

 

Om koud te roken kunt u ook een spiraalvormige koudrookgenerator van Barbecook gebruiken. U vult deze rookgenerator dan op met rookmot dat u laat smeulen met bijvoorbeeld een theelichtje. Het rookproces duurt hier vier tot zeven uur. Let wel: door koud te roken gaart u het voedsel niet. Het zal wel iets langer bewaren en een heerlijke rooksmaak krijgen.

Plaats boven de warmtebron de tweede schaal en vul die met water. Deze vangt niet alleen eventuele vetten op die vrijkomen van het voedsel, maar dient ook als warmteschild. Plaats daarboven het rooster met het te roken voedsel. Sluit de oven met het deksel en probeer door de zijdeurtjes open of dicht te doen de temperatuur zo laag mogelijk te houden. Zorg dat de chips blijven roken. Mocht het roken stoppen, kan men altijd opnieuw beginnen. Het is veel beter dat het vuur af en toe eens uitgaat dan dat de temperatuur te hoog oploopt.

De rooktijd hangt af van de temperatuur van de oven en de persoonlijke smaak. Hoe hoger de temperatuur, hoe korter de rooktijd. Hoe langer de rooktijd, hoe intenser de smaak. Roken kan ook in de winter. De buitentemperatuur is dan lager en daarom blijft de temperatuur in de rookoven ook gemakkelijker lager.

Gerechten die kort en koud gerookt worden, kunnen verder op de gewone manier worden klaargemaakt in de oven of in een pan (kip, eend, grotere stukken vlees). Ze hebben dan een subtiele rooksmaak. Koud gerookte, plattere stukken (zalmfilets, eendenborst) die lang (minstens 4 uur, tot 8 à 10 uur) in de rookoven liggen, kunnen, mits vooraf voldoende gepekeld, zonder meer worden gegeten. Laat ze na het roken eerst wat opstijven in de koelkast en snijdt ze dan in dunne plakjes.

Warm roken (50 – 80°C)

Bij warm roken kan men de temperatuur hoger laten oplopen. Het is eerder een combinatie van grillen en roken, maar met gesloten deksel. Hier gelden de regels van een traditionele barbecue. De schaal met water is hier niet altijd nodig. Men kan de houtskool met de houtsnippers dan hoger plaatsen en meer houtskool gebruiken.

Vanzelfsprekend kunt u ook een combinatie zoeken van koud en warm roken. De ervaringen van de kok zullen hier een grote rol spelen. Kijk voor meer informatie ook eens op de site van Barbecook.

Succes en veel plezier met het roken!